Expats in Oman

Oman heeft een grote aantrekkingskracht op expats. Wat maakt dat mensen van over de hele wereld hier willen werken?

De expatgemeenschap in het Sultanaat van Oman is divers en relatief gezien groot. Sinds de ontdekking van olie in het land 50 jaar geleden, heeft Oman een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Het krijgt daarbij hulp van expats over heel de wereld. Er is een grote gemeenschap uit Bangladesh, India en Pakistan die vaak in de landbouw of in de bouw werken. Het huishouden wordt vaak gedaan door dienstmeisjes uit voornamelijk Sri Lanka, Afrika en de Filipijnen. Ook werken er mensen uit Amerika, Zuid-Afrika, Europa, zij werken voornamelijk in de olie- en gassector of in de bouwsector.

Het Sultanaat van Oman was vanaf de laat 17e eeuw tot begin 20ste eeuw een invloedrijke staat. Met Muscat als één van de belangrijkste haven en handelssteden in de Perzische Golf regio. Toch was het tot 40 jaar geleden met de ontdekking van olie dat Oman tot de snelst ontwikkelende landen begon te horen. Een groot deel van de economie is gebaseerd op toerisme, dadels en landbouw. Dus niet alleen op olie. Het salaris ligt voor de meeste expats hoog en aangezien het land ook politiek stabiel is, is het voor veel buitenlanders een aantrekkelijk land om in te wonen en te werken. De Sultan Qaboos bin Said al Said regeert al sinds de jaren zeventig en wordt door veel mensen in Oman geprezen.

Amir is 53 jaar en komt uit Bangladesh. Hij woont al 35 jaar in Muscat en heeft de stad zien veranderen. “In het begin, was Muscat een klein dorp, maar het heeft zich de afgelopen 35 jaar enorm ontwikkeld. Ik ben laag begonnen met een simpel baantje in de bouwsector en heb nu mijn eigen bouwbedrijf. Ik heb het heel druk met mijn bedrijf, omdat er veel wordt gebouwd in Oman. Mijn bedrijf voorziet nu het bouwmateriaal voor een grote moskee vlakbij het vliegveld.” Amir is één van de weinigen die zich zo omhoog heeft kunnen werken. Hij rijdt in een luxe auto, maar blijft nederig en is dankbaar dat hij in Oman woont. “De Omani’s zijn heel aardige mensen. Ze behandelen je als gelijke. Het is een land van discipline. De Sultan zorgt goed voor zijn mensen. Hij geeft het geld uit aan de ontwikkeling van zijn land en steekt het niet in zijn zakken. Ik ben erg blij dat ik in Oman woon. Het is veilig, je kan ‘s avonds als man of vrouw gewoon alleen over straat lopen. Dat is anders dan in mijn land waar veel criminaliteit heerst.”

Bangladezen aan het werk op het land. Foto's: Sara-May Leeflang

Wie een paar dagen in Muscat doorbrengt merkt dat overal over na is gedacht. Overal zijn prachtige bloemperken aangelegd, groene bijgehouden grasvelden en wordt het afval opgeruimd. Wolkenkrabbers zie je nauwelijks en de meeste huizen zijn schijnend wit. Er is een mooi onderhouden strand waar expats hardlopen en ook in de hoofdstad zie je veel exotische vogels. Muscat ligt tussen de bergen en in de vorm van een strip reikt de stad met haar buitenwijken zich kilometers uit.

Khaled uit Egypte is 51 jaar en werkt sinds een jaar in Muscat bij het ministerie van Gezondheid. Hij is dolblij dat hij in Oman woont. “Ik heb negen jaar bij het ministerie van Gezondheid in Saoedi-Arabië gewerkt. Het leven daar is erg strikt. Ik heb gezien hoe de politie winkels sluit en mensen arresteert als deze tijdens het gebed open waren. Iedereen moet naar de moskee en vrouwen hebben bijna geen eigen plek in het publieke leven. Alles is voor mannen. In Oman is alles veel vrijer. Als iemand jou moet vertellen dat je naar de moskee moet, dan geloof je niet. Je gelooft pas, als je zelf de keuzes maakt die bij jou religie horen. In Oman hebben ze dat door. Daarbij zijn de Omani’s erg aardige mensen. Toen ik voor het eerst een sollicitatiegesprek had, begon de baas grapjes te maken over Egypte en Oman. Het was een heel ongedwongen, informele sfeer. Dat zou je in Saoedi-Arabië niet tegenkomen.”

Haven in Muscat.

Volgens Khaled is dat ook te danken aan de Sultan. “De Sultan heeft ervoor gezorgd – anders dan in de Emiraten – dat Oman zijn eigen karakter en tradities heeft gehouden. Mijn broer werkt in de bouw en tot jaren geleden mocht er niet hoger gebouwd worden dan drie verdiepingen in veel delen van de stad. Nu begint dat iets te veranderen, maar de huizen moeten in het centrum nog steeds wit zijn. De Sultan heeft ervoor gezorgd dat het land zich enorm snel ontwikkelt zonder dat het haar traditionele identiteit te veel verliest.”

Maar niet iedereen is alleen maar positief over Oman. Judith, 37 jaar uit Nederland, woont hier nu zeven jaar en hoort en ziet andere verhalen. “Voor veel mensen is Oman een goede plek, omdat de situatie in hun eigen land veel erger is, dus zullen veel mensen ondanks de nadelen blij zijn om in Oman te werken. Maar wij hebben een Omaans gezin naast ons wonen en daar wisselen bijvoorbeeld de dienstmeisjes elk jaar, terwijl een normaal contract twee jaar duurt. Onze hulp uit Sri Lanka is al zes jaar bij ons. Het is normaal voor de Omani’s mensen uit de Aziatische en Afrikaanse cultuur minderwaardig te behandelen en in sommige gevallen wordt hun paspoort afgepakt. Er wordt vaak van de hulpen verwacht dat ze 24/7 werken voor een laag salaris, 150 euro per maand. Daarom zijn veel mensen blij als ze voor een westers gezin werken, omdat het salaris veel hoger ligt, je twee dagen van de week weekend hebt en je niet als slaaf wordt behandeld.”

Judith houdt van Oman vanwege de schoonheid van het land. “Oman is zo ontzettend mooi. Er werken en wonen ook veel Nederlanders. Samen gaan we elk weekend de bergen in hiken, kamperen we. Er zijn zoveel outdoor activiteiten, het is geweldig. En er is zoveel minder stress dan in Nederland. Verder zijn de Omani’s heel aardige mensen als je ze net leert kennen. Maar als je hier iets langer woont dan begin je ook de slechte kanten te herkennen. Zo gedragen velen zich toch wel arrogant en superieur. De zoon van onze Omaanse buren komt hier elke dag spelen, wij worden vaak bij hun op de koffie uitgenodigd, maar andersom komen zij niet vaak bij ons. In hun ogen zijn we te liberaal en vinden ze al snel dat wij te bloot gekleed gaan.”

De Wadi's zijn een populaire bestemming onder expats en toeristen.

De Nederlandse man van Judith is werkzaam bij een Omaans oliebedrijf en merkt de cultuurverschillen op zijn werk. “Bedrijven moeten een bepaald percentage lokale mensen aannemen. Zijn baas komt uit Oman. Ik hoor dat hij lui is en vaak verantwoordelijkheden van zich afschuift. Hij werkt nu vijf jaar in Oman en het is moeilijk en soms zo frustrerend om iets gedaan te krijgen. Op een dag had de baas van mijn man zijn vinger gebroken en kwam hij twee weken niet opdagen op het werk. Als Nederlander sta je de volgende dag weer op je werk. Ook hebben Omani’s overal werkers voor. Het zware, lastige werk doen ze niet zelf, maar bij westerse buitenlanders hebben ze het gevoel dat hun banen worden ingepikt. Als ze klaar zijn met studeren verwachten ze dat ze meteen de managementfunctie krijgen, terwijl ze nog helemaal niks kunnen. De functies in de bouwsector en gas en olie waar veel expertise bij komt kijken wordt vaak door de buitenlanders ingevuld.”

Mira uit Sri Lanka is 47 jaar en is al vijf jaar de huishoudhulp van een Nederlands gezin. Ze woont al 11 jaar in Oman. “Ik heb hiervoor voor een Amerikaans, Cypriotisch en Schots gezin gewerkt. Allen waren heel goede mensen. Als Srilankese vrouw werk je liever niet voor een Omaans gezin. Er zijn veel verhalen over misbruik en mishandeling. In Sri Lanka bezit ik veel land en heb ik een groot huis, maar daar kan je geen geld verdienen en ik moet mijn kinderen onderhouden.”

Amira is 26 jaar, komt uit Oman en is getrouwd met haar neef Ismael. Ismael gelooft dat Omani wel een beetje discriminerend kunnen zijn. “We zijn eigenlijk best wel racistisch. In onze familie is het niet toegestaan om buiten de familie te trouwen bijvoorbeeld. We willen dat niet, omdat we onze familie hoog in het vaandel hebben staan.” Maar Amira denkt daar anders over. “We zijn niet racistisch, het is meer dat we onze cultuur en traditie willen waarborgen.”

Fort Musandam, Oman

De broer van Amira, Mohammed woont in Muscat en is getrouwd met een Filipijnse. Zij willen het liefst het land zo snel mogelijk verlaten. De zomerse hitte is een reden, maar Jenna, de Filipijnse vrouw heeft ook genoeg van het verstikkende familieleven. “Ze doen hun best om me te accepteren en ze zijn heel vriendelijk in mijn gezicht. Toch hebben we enorm veel problemen gehad in het begin met de familie, omdat ik Filipijns ben en ook nog eens katholiek. Eigenlijk is het nog steeds een moeilijk onderwerp voor ze. Zo zullen ze nooit tegen vrienden en of familie vertellen dat ik zijn vrouw ben. De familie schaamt zich voor ons verhaal.”

Dit artikel verscheen 3 september 2017 in Zaman Vandaag