Russische diepgang

Pnin is een boek dat in eerste oogopslag niet meteen tot de verbeelding spreekt. Het boek ziet er stoffig en ouderwets uit, maar dat is logisch omdat het is uitgebracht in 1953. Er zullen geen kleurige, hippe letters en korte brutale zinnen in voorkomen. Daar staat Nabokov ook niet om bekend. Misschien is hij daardoor bij de jongere generatie in de vergetelheid geraakt. En dat is jammer. Pnin zit namelijk vol met kleine, humoristische geheimen met name in stilistische en symbolische zin.

Dit heeft vooral betrekking op Nabokov’s beschrijving van het hoofdpersonage: Pnin, die eigenlijk Timofej heet, is van Russische afkomst. Hij is te omschrijven als een eigenwijze, oubollige, intellectuele einzelgänger met een excentriek uiterlijk. Dit komt extra naar voren op de eerste pagina, waar Nabokov het personage aan de lezer introduceert: “Hij was op een ideale manier kaal, door de zon gebruind en gladgeschoren, dus hij begon tamelijk indrukwekkend, met die grote bruine kop, een bril met schildpadmontuur (die een infantiele afwezigheid van wenkbrauwen maskeerde) een aapachtige bovenlip, een dikke nek en een krachtpatsertorso in een vrij krap tweedjasje, maar hij eindigde nogal teleurstellend, met een paar spillebenen (nu in flanel gestoken en over elkaar geslagen) en voeten die er fragiel, bijna vrouwelijk uitzagen.”

Pnin vlucht als kind met zijn hoogopgeleide familie uit Lenin’s Rusland naar Kiev waar hij zijn universitaire studie afrondt. In 1925 vertrekt hij naar Parijs, waar hij trouwt met de snobistische Liza, die hem uiteindelijk gebruikt om mee naar de Verenigde Staten te kunnen emigreren. Vervolgens breekt zij zijn hart door hem te verlaten voor haar collega-psychotherapeut Eric, wiens kind zij krijgt, Victor. Toch laat ze Pnin niet met rust en ze besluit hem na een aantal jaar weer op te zoeken. Pnin lijkt niet aan haar verschrikkelijke doch intrigerende aanwezigheid te kunnen ontsnappen, al zou hij dat willen: “Haar vast te houden, bij zich te houden, precies zoals ze was, met haar wreedheid, met haar vulgariteit, met haar verblindend blauwe ogen, met haar miserabele poëzie, met haar dikke voeten, met haar onzuivere, dorre, gemene, infantiele ziel. Plotseling dacht hij: Als mensen in de hemel herenigd worden, (dat geloof ik niet, maar stel nu eens), hoe moet ik dan verhinderen dat het boven op me kruipt, dat het me overwoekert, dat verschrompelde, hulpeloze, kreupele ding, die ziel van haar?”

Pnin’s leven lijkt in Amerika onbezorgd voort te kabbelen. Hij werkt als docent Russisch aan het Waindell College, wat hij geeft aan een handjevol studenten. Overigens blijkt hij geen adequaat docent en spreekt hij vrij slecht Engels. Pnin’s verbogen Engels wordt vaak benoemd door andere personages in het verhaal: “Zijn manier van praten verbaasde Victor niet, omdat hij veel Russen Engels had horen spreken, en het stoorde hem niet dat Pnin het woord family uitsprak als de eerste lettergreep van het Franse woord voor ‘vrouw’.”

Maar Pnin gebruikt nog veel Russische en Franse woorden waar hij graag over uitwijdt. Hij woont bij een typisch Amerikaans gezin, de Clements, in een nette buitenwijk. Huisvrouw Joan probeert hem in droevige buien op te vrolijken met stripboeken waarvan hij de humor niet begrijpt. Haar man, Laurence Clements koestert gemengde gevoelens voor zijn collega, die wisselen van verhevenheid naar bewondering en medelijden; Laurence is zo geïntrigeerd door Pnin’s authentieke verschijning en Russische gebaren en gebruiken, dat hij besluit hierover een boek te schrijven.

Contrast VS en Rusland
Het contrast tussen de VS (de Nieuwe Wereld, modern) en Rusland (ouderwets, verdieping), het ietwat snobistische universiteitswereldje en de wat melancholische levensvisie van de hoofdpersoon staan centraal in het boek. Het contrast tussen de landen wordt mooi geïllustreerd aan de hand van Pnin’s nieuwe kunstgebit, wat hij nog net niet onder één van de zeven wereldwonderen schaart, zijn uiterste fascinatie voor de wasmachine, de ritssluiting van zijn jas, en het verslinden van boeken over de mechaniek van een auto terwijl hij geen auto rijdt.

De technologie spreekt hem aan, maar aan de andere kant wordt Amerika in het boek beschouwd als onvoorspelbaar en gevaarlijk. Het leven in Amerika heeft teveel afleidingen, waardoor er snel de verkeerde beslissingen genomen worden, zoals het nemen van de verkeerde treinen. Amerika is ook oppervlakkig en informeel. Dit wordt duidelijk wanneer er wordt gepraat over de Amerikaanse student maar tegelijkertijd ook over het universiteitwereldje: “Vervolgens gingen ze over op het gebruikelijke vak-onderonsje van Europese docenten in het buitenland, zuchtend en het hoofd schuddend over de ‘typische Amerikaanse student’ die geen aardrijkskunde kent, immuun is voor lawaai en denkt dat ontwikkeling louter een middel is om uiteindelijk een goed betaalde baan te bemachtigen”.

Pnin benadert de lesmethode op ironische wijze: “Tom vindt dat de beste methode om wat ook te onderwijzen is, te hopen op een discussie onder de studenten, wat inhoudt dat je twintig jonge domkoppen en twee eigenwijze neurotici vijftig minuten laat discussiëren over iets dat zij noch hun docent weten.”

Zijn melancholische karakter komt naar voren als hij wegdroomt of als hij wordt geprikkeld om ergens over na te denken. Dit gebeurt het grootste deel van de tijd: “Hij geloofde niet in een autocratische God. Hij geloofde wel, vaag, in een democratie van geesten. Misschien vormden de zielen van de doden comités en hielden die zich, in continuzitting, bezig met het lot van de levenden.”

Over de praktijken van psychotherapeuten als Eric en Liza, zegt hij: “Waarom het eigen verdriet niet overlaten aan de mensen zelf? Is verdriet, vraagt men zich af, niet het enige op de wereld dat mensen werkelijk bezitten?”

Rusland betekent voor Pnin diepgang dankzij schrijvers als Tolstoj, Dostojevski en Poesjkin en haar geschiedenis. Hij wijdt graag uit over de Russische historie en haar belangrijke historische figuren. Het ophemelen van het vaderland is gebruikelijk onder Russische immigranten, aldus Pnin. Voor de lezer een mooie, maar soms verwarrende kennismaking.

De dynamiek tussen het oude bureaucratische Europa, het nieuwe Amerika en het statige tsaristische Rusland is vrijwel het hele verhaal aanwezig. De in eerste instantie fascinerende relatie met Amerika, draait zich aan het eind van het boek bijna volledig om. Pnin wordt afgewezen door de Nieuwe Wereld, of wijst deze misschien onbewust zelf af.

Nabokov heeft Pnin als alter ego kunnen gebruiken in het verhaal. De auteur is ooit gevlucht uit Bolsjewieken Rusland, trouwde in 1925 in Berlijn, woonde drie jaar in Parijs, vluchtte naar Amerika net voor de Tweede Wereldoorlog en doceerde onder andere Russische letterkunde. Zijn colleges waren echter wél populair. Nabokov vertelt dat als hij geen schrijftalent bleek te bezitten, hij zo een Pnin had kunnen zijn. Het aardige is dat Nabokov een paar keer in het verhaal ingrijpt, uit naam van de schrijver.

Het boek verschaft een kijkje in het leven van een zogenaamd, afwijkend buitenbeentje. Er wordt affectie ontwikkeld in de loop van het verhaal voor dit eigenwijze, verstrooide hoofdpersonage. Die nog niet leeft in een wereld met Twitter of Linkedin, maar een vorm van puurheid lijkt te weerspiegelen. Puurheid die gepaard gaat met opofferingen, zoals eenzaamheid. “Genialiteit is non-conformisme”, zou Pnin zeggen.

Dit artikel verscheen op Verspers