Om de straatkrant te verkopen moeten mensen je kennen

Straatkrant The Big Issue verkopen met Zoliwe in Kaapstad. Foto’s: Miriam Mannak

De Zuid-Afrikaanse straatkrant The Big Issue verkopen blijkt geen makkie. Om de straatkrant te verkopen in Kaapstad moet je een doorgewinterde optimist zijn met een enorm doorzettingsvermogen. Zoals Zoliwe die nu al vier jaar The Big Issue verkoopt. Ik liep een dag mee met haar mee om te ervaren hoe het is om de straatkrant te verkopen.

Ik stond om 8 uur in de ochtend op afgesproken tijd voor het hoofdkantoor van The Big Issue in de centrale wijk Greenpoint in Kaapstad. Het is een goede dag om de krant te verkopen word me verteld door Marcus een werknemer van The Big Issue. “Vandaag is de nieuwe editie uitgekomen, dus veel mensen hebben deze straatkrant nog niet.” Ik heb er zin in en ik heb vertrouwen in mijn verkoop skills. Daarom koop ik er 10 voor een totaal van 100 RAND. Dat is ongeveer 9 euro. De kranten worden per stuk voor 20 RAND – 2 euro- verkocht. Ik krijg ook een officieel Big Issue kledingstuk.

Het is nog even wachten op de 43-jarige verkoopster Zoliwe. Zoliwe staat representatief voor de meerderheid van de 252 Big Issues verkopers. De meeste verkopers van de krant zijn namelijk niet dakloos vertelt Melany Bendix de hoofdredactrice van de Zuid-Afrikaanse straatkrant. “De meerderheid bestaat uit alleenstaande moeders uit de Townships die hun kinderen moeten onderhouden en een huishouden moeten runnen. Ook komen zij voornamelijk uit de oosterse Kaap op zoek naar een baan. De werkgelegenheid op het platteland is dramatisch laag.”

Net wanneer ik op het punt sta me dan maar aan te sluiten bij de 67-jarige praatgrage Stella komt Zoliwe om 9 uur binnen gelopen. Ze heeft een kleurige mooie lange rok aan en een bruine muts op. Ze loopt mank. Als ik haar hierna vraag vertelt ze me dat ze op haar vierde Polio heeft gekregen aan haar rechter voet en been, waardoor ze nu niet meer goed kan lopen. Zoliwe koopt zelf 15 kranten. Er worden op de eerste dag altijd veel straatkranten ingekocht. Eén verkoper heeft er vandaag al 60 gekocht. We gaan op weg naar Zoliwe’s vaste verkoopplek, Wale Street. We nemen de bus en dan moeten we nog een half uur lopen. Zij doet dit zes dagen per week en werkt dan tot 5/6 uur. We eten tussendoor nog een broodje. Zoliwe vertelt me dat ze twee zonen en een dochter heeft. Als ik vraag naar haar man trekt ze een moeilijk gezicht. “Die is al heel lang weg.” Ze heeft geen behoefte aan een nieuwe man “Dat maakt het leven zo moeilijk.” Als Zoliwe nu thuiskomt zorgt haar 13-jarige zoon voor het eten op tafel. Ze woont met haar jongste zoon in de grootste township van Kaapstad Kayelitsha.

Zoliwe zegt beter te verkopen als ze make-up op doet.

Onderweg komt ze allerlei bekenden tegen. Daar wisselt ze wat opmerkingen mee uit en wordt er gelachen. Iedereen vraagt haar wie ik ben. Ik voel me Zoliwe’s trofee en doe extra mijn best met glimlachen.

Als ik denk dat we eindelijk kunnen beginnen, aangezien het al bijna 11 uur is, gaat Zoliwe op een stoepje zitten. “Ik moet mijn make-up doen, hierdoor herkennen mensen mij beter.”Zoliwe heeft haar eigen merchandise ontwikkelt. Ze doopt een luciferstokje die ze van straat oppakt in een flesje gezichtsverf en gaat aan de slag. Met een spiegeltje zet ze nauwkeurig de patronen op haar gezicht. “Ik verkoopt beter als ik make-up op doe.” Zoliwe heeft hierdoor meer vaste kopers vertelt ze. “Elke maand kopen zij de krant alleen bij mij.” Melany bevestigd dat sommige mensen erg bezitterig worden. “Zij willen bij niemand anders kopen dan bij hun eigen verkoper.” Als straatkrant verkoper blijkt het ook van belang een netwerk op te bouwen.

Het staat inderdaad leuk en ik vraag Zoliwe of ze bij mij ook twee zonnetjes op mijn wangen kan zetten. Half twaalf begint het avontuur. De tips die ik krijg zijn simpel en kort. “Je moet zwaaien naar degene achter het stuur, glimlachen, het tijdschrift aanbieden en vooral van auto naar auto blijven lopen.” Zoliwe en ik beginnen allebei bij hetzelfde stoplicht, maar dat blijkt geen goede tactiek. Na tien minuten verhuis ik naar de overkant om onze kansen te spreiden. Het eerste half uur heb ik er plezier in. Ik glimlach en zwaai me rot. Vrolijkheid werkt aanstekelijk houd ik mezelf voor. Maar deze tactiek werkt niet. Bijna niemand kijkt me aan, en als ze me aankijken schudt de meerderheid nee of playbacken ze dit nog voor de duidelijkheid achter hun dichte raam. Ik word er langzamerhand akelig van. Opeens snap ik opeens niet waarom we bij de stoplichten verkopen. Dit is toch helemaal geen goede manier? Het gaat veel te snel. Je kan geen contact maken. Ik herinner me wat Melany mij heeft verteld. “Zuid-Afrika heeft geen openbaar vervoercultuur. Daarbij reizen de mensen die het zich kunnen veroorloven om een krantje te kopen en die een sociaal bewustzijn hebben met de auto.”

Zoliwe verkoopt een krantje.

Bij elk star onvriendelijk gezicht verlies ik een stukje moed. Maar bij een enkele vriendelijke lach krijg ik weer energie. Na een uur heb ik nog steeds niks verkocht. Ik ga naar Zoliwe toe en zij beveelt mij nog meer tussen de auto’s te lopen. Zij heeft er al twee verkocht. Na een kwartier zie ik in mijn ooghoeken dat er iemand om me af komt gelopen. Van binnen doe ik een vreugdedansje, iemand wil een krant kopen! Ik draai me om en zie een bekende voor me staan. Het is een vriend van een couchsurfer waar ik heb overnacht. Hij lacht en zegt verbaasd: “Wat ben jij aan het doen?” Zonder dat ik mezelf in de hand heb vlieg ik om zijn nek. “Ik ben zo blij om een vriendelijk gezicht te zien,” zeg ik hardop. Mijn eerste Big Issue is bij deze verkocht. Vlak daarna heb ik weer mazzel. Een vriendelijke man besluit een krantje van me te kopen. Ik kan mijn geluk niet op.

Maar daar stopt mijn geluk. Het uur daarna verkoop ik niks meer. Om twee uur heb ik afgesproken om Stella bij te springen. Ik koop nog een krantje van Zoliwe zodat ze uiteindelijk 3 extra kranten heeft verkocht. En geef haar nog overgebleven kranten die ze kan verkopen. Ik bied haar mijn verontschuldiging aan. “Sorry dat ik z’n slechte verkoper ben. Ik wist niet dat het zo moeilijk was.” Zoliwe antwoord: “Zie je nu hoe zwaar dit werk is?” Als we afscheid nemen krijg ik nog een “God bless you” over me heen. Ik trek mijn Big Issue kostuum uit onderweg. Ik heb meer dan ooit behoefte aan vriendelijke gezichten.

Dit artikel verscheen eerder in JOIN Magazine